We hebben de saaiheid uit de zuinigheid gehaald en prestaties erin gestopt – De Datsun 240Z
Tot de laatste jaren van de jaren 60 stond Nissan vooral bekend als de meeste Japanse autofabrikanten: degelijk, klein, weinig opties en vooral... saai! In 1969 gooide Nissan hier flink tegenin en kwam met een ware wasabi-variant: de Nissan 240Z. De lange neus, de lage zitpositie, een zescilinder lijnmotor en de vijfversnellingsbak waren het recept voor kippenvel.
Wij noemen het een subtiel mechanische rijervaring. Zodra je de 2,4 liter motor tot leven wekt, hoor je het iconische Japanse zescilinder lijngeluid. Niet te vergelijken met de Europeanen of Amerikanen. Kunnen we het beschrijven? Verfijnd, je krijgt het gevoel dat ze de benzine met stokjes opeet. Boven de 3500 toeren per minuut begint het vertrouwde Z-gehuil, dat je zonder schuldgevoel kunt voortzetten tot 7000 toeren per minuut. Het roept een reactie van de liefhebber op, bijna een chemische reactie. Kippenvel, een glimlach en een nog zwaardere rechtervoet!
En dan het design; als je goed kijkt, zie je dat de Japanners stiekem een beetje van Jaguar hebben afgekeken - gelukkig maar! De bult in de neus, de brede heupen die van de voorruit doorlopen naar de achterkant. Geen overbodige poespas, gewoon prachtige, opwindende lijnen.
Die van ons is, zoals je inmiddels gewend bent, een beetje extra speciaal. Ze is volledig gerestaureerd in Nederland met veel aandacht voor originele details. De 240 heeft al heel wat liefkozende bijnamen. De Datsun 240Z, Nissan 240Z, de Fairlady Z en de S30. Met die laatste steel je echt de show; de Ni-Yon-Jyu. Nijoe wat? 240 in het Japans. Tot gauw?