- Je weet dat ze al eerder is gereden, maar kan het je echt iets schelen?
In 1972 schopte Aston Martin net zo hard tegen de gevestigde orde aan; na de prachtig subtiele DB4, -5 en -6 modellen kwam Aston met een statement. Het moest voor eens en altijd duidelijk zijn dat de gemiddelde Aston rijder ook haar op de borst had. Dus kwam de V8 (Volante). Gewaagd, maar meteen een schot in de roos. Het was alsof Prins Charles mevrouw Monroe een zijdelingse knipoog gaf. Eindresultaat? Een 5.3 melkpak-V8, dik aangezette heupen en bijna een spierballenlook. En toch de klasse en flair van een Aston. Wij vinden het minstens zo geslaagd als de andere combinaties van elegantie en prestaties uit Feltham!
En dan is er nog het gevoel dat je een gentleman bent. Zodra je instapt, merk je dat dit nog steeds een echte auto is. Echt hout als interieurbekleding, echt Connolly leer (aaibare koeien) en echt aluminium.... En zodra je haar wakker maakt? Weer een echt V8-blok, dat sfeervolle paarden laat lopen. Ze zijn over het algemeen wat meer verwend en drinken wat meer, maar hé, het geluid en de beleving; Onverslaanbaar!
De onze? Een beetje extra speciaal. Ze werd een paar jaar geleden volledig gerestaureerd (moer en bout) en gereviseerd. Tijdens de revisie werd de motor omgebouwd naar de 5.7 liter, wat extra verwende paarden betekent voor je lange oprit. Want die standaard 304 PK is geïmproviseerd, Charles! Haar hele interieur is vervangen door nieuwe Connolly koeien en alles is tot in de puntjes gerestaureerd naar hoe ze ooit haar eerste lachjes een liter gaf. Dit is ook erkend (en van een badge voorzien) door de Aston Martin Heritage club. Nu jij nog, buurman! Tot ziens.