In de jaren 60 bevond Mercedes-Benz zich tussen de charmante maar bescheiden 190 SL en de formidabele 300 SL. De oplossing was de 250 SL: een auto die elegantie, bruikbaarheid en techniek samenbracht tot één prachtig uitgebalanceerd geheel. Het ontwerp is een studie in terughoudendheid. Strakke lijnen, perfecte proporties en de kenmerkende concave hardtop die hem de naam Pagoda opleverde. Geen stilistische gimmick, maar een weerspiegeling van weloverwogen techniek.
Dit voorbeeld volgt dezelfde filosofie. Oorspronkelijk geleverd in Zwitserland, is het later naar Nederland gekomen, waar het zorgvuldig is gerestaureerd met volledige documentatie. Hij is afgewerkt in een tijdloze koetswerkkleur en ziet er precies zo uit als een pagode: verfijnd, ingetogen en correct. Onderweg verraste het nog steeds. Hij is soepel en opmerkelijk bruikbaar en biedt een rijervaring die veel moderner aanvoelt dan zijn leeftijd doet vermoeden.
Deels investering, deels verwennerij en volledig overtuigend.
Een auto voor wie begrijpt dat ware elegantie nooit hoeft te schreeuwen.