Ferrari in de jaren 60 en 70. Een periode waarin roadtrips langer werden, wegen voor het eerst de bochten met elkaar verbonden en flitsers tot de toekomst behoorden. De tijd waarin benzine goedkoper was dan water, roken cool was en je je V12 kon laten brullen zonder boze blikken van Greta te krijgen. We zijn te laat geboren. Echt waar. Na de 250 GT/E en de 330 GT 2+2 introduceerde Ferrari de 365 GT 2+2. Een compleet nieuw ontwerp, verkrijgbaar in verschillende carrosserievarianten. De 2+2-carrosserie werd geleverd door Pininfarina. Gebouwd en ontworpen. Ten tijde van de introductie in Parijs in '67 was het ook de grootste en meest luxueuze Ferrari ooit gebouwd. En dat met een relatief hoogtoerige 4,4 liter 12-cilinder, 320 echte volbloeden die, na acceleratie, heerlijk knallen in de vier uitlaatpijpen van de Marmitte Ansas.
Van de 365-bloedlijn in de Ferrari-familie werden er uiteindelijk iets meer dan 800 geboren. Daarvan was iets meer dan de helft de GT 2+2. Een auto die Ferrari op de kaart zette, niet alleen als fabrikant van supercars, maar ook als merk dat bewees dat een combinatie van GT- en sport-DNA wel degelijk mogelijk was. Iets wat ze bijna waren vergeten tot de FF.
Onze 365 is, zoals u van ons gewend bent, misschien nog specialer. Tijdens haar complete restauratie en revisie heeft ze even in de stoel van Schumacher gezeten. Haar onderlip is vervangen door die van een 250 GTO, wat haar een extra aantrekkelijke verschijning geeft naast de -verder volledig originele en bijpassende Rari-. Prachtige koplampen, dame!
Bezit een stukje kunstgeschiedenis en ga er je zondagochtendkoffie mee halen -