Jaguar header

Jaguar E-Type Series

De Jaguar E-Type series is een van de meeste besproken Series ter wereld. Het is een Britse sportwagen die werd geproduceerd door Jaguar Cars vanaf het jaar 1961 tot 1975. Maar wat is nou eigenlijk het verschil tussen de Series en wat is de geschiedenis achter de E-Type? Na het lezen van dit artikel kan jij deze vraag beantwoorden en ben jij een hoop informatie rijker over de iconische E-Type Series.

De Jaguar E-Type series stamt af van zijn voorganger de “D-Type”. De D-Type was puur en alleen geproduceerd voor de autosport tussen 1954 en 1957. Het was de bedoeling dat de E-Type de subtielere wegversie werd van de D-Type. Het feit dat met dit nieuwe model toegestaan was om op de openbare weg te rijden, betekende dat het in staat kon zijn de Jaguar XK150 te vervangen. In de jaren zestig is de E-type door Sports Car International benoemd tot beste sportwagen van het decennium. Natuurlijk is dit de mening van de schrijvers van het magazine, maar dit neemt niet weg dat er in die tijd ook daadwerkelijk zo gedacht werd over de E-Type. Niet alleen in de jaren 60 was hij populair, maar in de algemene lijst van Sports Car International staat hij op plaats 3 onder de McLaren F1 en de Ferrari 250 GTO.

De E-Type Series I werd in Europa geïntroduceerd op 15 maart 1961 op de Autosalon van Genève en in de Verenigde Staten in april datzelfde jaar op de autosalon van New York. Bij de eerste vertoning van de auto noemde Enzo Ferrari, het ‘The most beautiful car ever made’. Terwijl iedereen zich op het internet druk maakt of de uitspraak wel of niet is gedaan en of deze later nog is bevestigd, weten echte autoliefhebbers dat Enzo in ieder geval wel gelijk had.

De Jaguar E-Type Series is op te delen in 3 officiële modellen, Series I, Series II en Series III. Tussen de Series I en II is er nog een ander model gemaakt met een aantal aanpassingen. Dit model werd gezien als een overgangsmodel, echter is dit geen officieel model. Dit model werd de E-Type Series 1.5 genoemd. Binnen de verschillende Series zijn er allerlei opties toegevoegd en veranderd. Verder in het artikel zal per Series worden behandeld welke verschillen er zijn tussen de Series.

Series I 1961 t/m 1968

De Series I werd gebouwd in maart 1961 met een 3.8 liter motor, dit was een zes-in-lijn motor van de Jaguar XK150S. Er werden 2 soorten carrosserieën gebouwd , namelijk een coupé (‘FHC’ ofwel Fixed Head Coupé) en een cabriolet roadster (‘OTS’ ofwel Open Two Seater), beiden waren een tweezitter. In 1966 werd er ook een 2+2 coupé versie geproduceerd, dit model had plaats voor 4 personen. 

In de tijd dat de Series I geproduceerd is zijn er veel verschillende aanpassingen gedaan. De eerste exemplaren beschikte over een ‘outside bonnet latch’, hierbij was het mogelijk om vanuit buiten de motorkap open te maken. In oktober werd dit veranderd naar een ‘internal bonnet lock’, dat maakte het mogelijk om de motorkap te openen vanuit de binnenkant van de auto. In februari 1962 kwam de tweede aanpassing die het zitten in de E-Type al een stukje comfortabeler maakte. De flat floor werd verlaagd, daardoor ontstond meer beenruimte, waar ook grote behoefte naar was.

Oktober 1964 werd er afscheid genomen van de 3.8 liter motoren in de E-Type Series I. In totaal waren er 15.498 exemplaren gemaakt waarvan 7.670 FHC en 7.828 OTS. Jaguar ging verder met het produceren van de Series I, maar met een 4.2 liter motor. Dit bracht veel voordelen met zich mee: betere remmen, verstelbare stoelen, van een Moss-versnellingsbak zonder synchronisatie voor de eerste versnelling naar volledig gesynchroniseerd, verhoogd koppel van 10%, een verbeterde dynamo, elektrische koelventilator voor de radiator, een dashboard van vinyl en leer en een koffer embleem met: ‘4.2 Litre E-Type’ in plaats van Jaguar. Het vermogen (265 PK; 198 KW), de topsnelheid (241 km/h; 150 mph) en de acceleratie van 0 naar 100 km/ph (7,4 seconden) bleef hetzelfde.

In maart 1966 werd de 2+2 geïntroduceerd, deze werd aangeboden met optionele  automatische transmissie en airconditioning. Dit model heeft een verlengde wielbasis door de extra zitplaatsen die zijn toegevoegd.

Van de 4,2 liter motoren zijn er in totaal 16.195 gebouwd. Hiervan waren er 5.830 FHC, 6.749 OTS en 3.616 2+2’s. Samen met de 3.8 liter motoren zijn dit in totaal 31.693 Series I die gebouwd zij

Series I.5 1967 T/M 1968

Tussen de Series I en de Series II is er vanaf 1967 een E-Type gemaakt die stiekem al kenmerken had van de Series II. Jaguar sprak zelf niet over een 1.5 model, maar altijd gewoon over de Series 1. Hierdoor werd dit onofficiële model een overgangsmodel genoemd. Alle opties zijn geleidelijk toegevoegd aan de Series 1.5, echter bleef het koetswerk altijd de Series I.

De Series 1.5 had een paar verschillende aanpassingen gekregen. Dit kwam vooral door de druk vanuit Amerika die de auto wilde voorzien van betere veiligheidssystemen. Dit model had vergeleken met de Series I open koplampen. De schakels op het dashboard zijn ook veiliger gemaakt van een rocker switch schakelaar naar een toggle switch schakelaar. De tuning voor emissie veranderde van drie SU’s naar twee Zenith-Stromberg carburateurs, dit zorgde wel voor een verlies in pk’s. Reden van verandering: de Zenith-Stromberg carburateurs waren beter afstembaar voor emissie doeleinden. Ook kreeg dit model twee koelventilatoren en een verstelbare rugleuning. Nog een belangrijke verandering die vaak over het hoofd wordt gezien is het vervangen van het center lock wiel. De VS verbood wegens veiligheidsredenen de ‘winged-spinner knockoff’ (gevleugelde spinner moer) en alle auto’s moesten een zogeten hexagonal knockoff nut (zeshoekige knockoff moer) hebben.

In totaal zijn er 6.726 Series 1.5 gebouwd, hiervan waren er 1.942 FHC, 2.801 OTS en 1.983 2+2’s.

Series II 1969 T/M 1971

De veranderingen die waren doorgevoerd van de Series I naar de Series 1.5 werden ook gebruikt in de Series II. Bij de Series I werd de FHC, OTS en de 2+2 modellen geïntroduceerd, bij de Series II gingen ze dan ook met deze modellen verder te werk.

Op het eerste oog waren er bij de Series II al veel verschillen te zien aan de voorkant van de auto vergeleken met de Series I. Het grootste verschil zijn de glazen koplampen, doordat er bij de afgesloten koplampen in de Series I damp ontstond, hebben ze bij de Series II het ontwerp veranderd. De grill is ook groter gemaakt door het plaatsen van 2 ventilatoren in plaats van 1, zodat de auto werd voorzien van een betere koeling. Het laatste verschil wat aan de voorkant en achterkant te zien is, zijn de reflectoren die onder de bumper zijn geplaatst. Que comfort gingen de kuipstoelen eruit, en kwam er een moderne stoel met hoofdsteun voor in de plaats. Het was vanaf nu nog mogelijk om airconditioning, stuurbekrachtiging en Chrome wielen als optie toe te voegen aan de Series II. Verder werden de toegevoegde opties van de Series 1.5 ook toegevoegd aan de Series II, zoals de schakels, carburateurs, verstelbare rugleuning en de zeshoekige knockoff-moer.

In totaal zijn 18.809 modellen geproduceerd, hiervan zijn er 4.855 FHC, 8.628 OTS en 5.326 2+2’s.

Series III 1971 t/m 1974​

De Series III was weer een stapje verder dan de Series II. Het grote onderscheid was onder de motorkap te vinden, er werd namelijk een 5.3 liter V12 ingezet. De V12 werd uitgerust met 4 Zenith-carburateurs, dit zorgde voor een vermogen van 272 PK. Resultaat: meer koppel en een acceleratie van 0 – 100 km/h onder de 7 seconden. Jaguar stopte tijdens deze series met het produceren van het FHC model, hierdoor waren alleen nog maar de OTS en de 2+2 coupé beschikbaar. De wielbasis van de OTS werd hetzelfde als de 2+2. Verder, kreeg dit model betere remmen en werd het standaard uitgerust met stuurbekrachtiging. De opties die je hier nog aan kon toevoegen waren een automatische transmissie, airconditioning en spaakwielen.

Het model is vooral te herkennen aan de grote chrome grill. Onder die grill van de Series III werd een klep geplaatst, die zorgde voor een betere luchttoevoer wat bevordelijk was voor de koeling van de auto. Verder heeft de Series 3 vier uitlaatpunten, bredere banden, uitlopende wielkasten en een V12 embleem op de achterkant. De Series III had net zoals de Series II open koplampen en reflectoren onder de bumper.

Hopelijk lukt het nu om de 3 verschillende Series te onderscheiden van elkaar of zijn het toch 4 verschillende Series? Stel u vindt het nog steeds erg lastig, kom gerust een keer langs dan zullen we het u laten zien!

Series III 1971 t/m 1974​

Top